8 September: PVV deel 3 van 3 – over karpervissen op de rivier De Lot

Minder dan een half uurtje rijden van ons vakantieadres van vorige week bevindt zich de rivier de Lot. Wie een beetje thuis is in het karperviswereldje kent dit water van diverse publicaties en vlogs. Toen ik mijn vriendin onlangs vertelde over Wouter Koziolek, een Amsterdamse karpervisser die vorig jaar met zijn vrouw Kiek van Amsterdam naar Zuid Frankrijk verhuisde om een bootverhuur aan de Lot te beginnen, ontsprong in haar brein het snode plan om voor mij een tripje te regelen. Ze zocht contact met Wouter en hij ging mee in het plan. Zo konden wij, tot mijn verrassing, tijdens onze vakantie gedurende 24 uur gebruik maken van een karpervisboot op de rivier De Lot.

De Lot

De rivier De Lot is een rivier van 481 kilometer lengte en stroomt van oost naar west door een gebied iets onder midden-Frankrijk. De rivier is door stuwen onderverdeeld in stuwvakken. Het deel waar Wouter zijn bootverhuur heeft is ongeveer 20 kilometer lang. De breedte varieert van zo’n 40 meter tot meer misschien wel 200 op sommige plekken. Met de stroming valt het reuze mee. De diepte varieert maar zal gemiddeld in het midden zo’n 10 meter zijn.

Lot Experience

Op donderdag rond het middaguur konden we de boot ophalen bij Lot Experience, het bedrijf van Wouter en Kiek. Wouter had voor mij behalve de boot ook een bijbootje met dieptemeter, een set hengels, schepnetten, onthaakmat en boilies geregeld. Op de boot bevonden zich verder twee bedden, een koelkastje, een wc-emmer en eetgerei. Alles was prima voor elkaar, ik hoefde alleen maar voor wat rigmateriaal en eten en drinken te zorgen.

Met Wouter op de oever van de Lot

Wouter had voor mij een kaartje klaarliggen met daarop de 18 interessantste stekken van dit deel van de rivier. Hij weet natuurlijk waar recent goed gevangen is en kent het water als zijn broekzak. Stek 15 werd ons aangeraden. Op voldoende afstand om ook nog wat van het varen te kunnen genieten en met een interessant bodemverloop.

Karpervissen op de Lot

De aluminium platbodem van 6 bij 2 meter.

Het varen met zo’n boot op De Lot is een peulenschil. Starten, gas geven en een beetje roeren, een kind kan de was doen. De Lot stroomt nauwelijks, je komt slechts zelden een andere boot tegen en het uitzicht is fenomenaal.

Beetje roeren 

Om u een beeld te geven van dit stuk rivier zal ik een aantal onderweg geschoten foto’s laten zien.

Het vissen

Het plan was om het stuwvak tot het eind te verkennen. Hopelijk zou ik onderweg ergens karperactiviteit waarnemen. Hier zou ik dan een eerste voerplek maken. Op stek 15 zou ik vervolgens ook voeren. Na het voorbereiden van ook deze tweede stek zouden we doorvaren tot de laatste stek (stek 18), de boot keren en dan op de stek waarin ik het meeste vertrouwen had overnachten. Uiteraard met de hengels in het water.

Het was ergens halverwege, bij stek 9, dat ik ineens een enorm grote vis voor de boot zag bovenkomen. De keus was snel gemaakt. De rivier was hier vrij smal met steile oevers. Terwijl mijn vriendin ging zwemmen ging ik er met het volgbootje op uit. Met de dieptemeter verkende ik het water en kon ik eenvoudig de taluds vinden. Onderaan het talud, op de overgang van een steile afgrond naar een vlakker deel, voerde ik aan beide zijden van de rivier elk zo’n anderhalve kilo boilies. Die dikke vis werd mijn eerste target.

karpervissen op de Lot

Met de dieptemeter het bodemprofiel verkennen

Anderhalf uur varen later en een kilometer of 8 stroomopwaarts, op stek 15 herhaalde ik dit proces. Hier was de rivier iets minder diep. Meest opvallend was een onderwaterplateau dichtbij de overkant. Tussen dit plateau en de oever bevond zich weer een diepere geul. In deze geul strooide ik een eerste lading boilies. De andere stek aan de eigen kant was vlakbij een bed waterplanten op zo’n 4,5 meter diepte. Deze kon ik werpend bereiken.

Na het voeren bezochten we nog even het einde van het stuwvak. Daarna keerden we de boot en voeren terug. Voor het donker stek 9 bereiken was niet meer mogelijk dus was de keuze gemakkelijk. Op stek 15 zouden we de nacht doorbrengen. Terwijl mijn vriendin in de schemering een paar baantjes trok maakte ik de hengels in orde.

Zeemeermin

Twee hengels wierp ik onder de eigen kant, 1 tegen de waterplanten, de andere een meter of 10 meer richting vaargeul. Een flinke strook boilies voerde ik tussen de beide aasjes. Elke passerende vis zou ik zo onderscheppen. De hengel aan de overkant kwam tegen de struiken in de diepe geul te liggen. Een toploodje klikte ik halverwege op de lijn zodat deze op het plateau zou landen. Eventueel passerende boten zouden zo ‘s nachts de lijn niet oppikken. Van de hengel die tegen de overkant gepositioneerd lag draaide ik de slip helemaal dicht. Vanwege de overhangende bosjes mochten vissen na een aanbeet niet die kant in duiken.

Na een warme maaltijd zochten we de bedjes op. Uiteraard met de hengels in het water en een elektronische beetmelder op het koelkastje dat nu even als nachtkastje fungeerde.

Het was ‘s nachts rond 4 uur dat ik gewekt werd door een enkele piep. De hengel die aan de overkant gepositioneerd was gaf alarm. Snel sprong ik, schaars gekleed en in het pikkedonker, in het volgbootje. Met kromme hengel in de hand had ik al snel door wat er de piep veroorzaakt had. Een flinke berg waterplanten was langs komen drijven en had zich rond de lijn verzameld.

Na verwijderen van de vegetatie kon ik het aas opnieuw uitvaren. In het donker plaatste ik het lood op gevoel weer aan de overkant op een stukje schone harde bodem. Ik gooide er weer een paar handen boilies omheen. Het toploodje liet ik dit keer dichterbij onze boot zakken. Hopelijk zou langsdrijvende rommel nu niet in de lijn blijven hangen. Even later lag de hengel weer op de rodpod en ik weer op mijn comfortabele bedje.

Voor mijn gevoel was het 5 minuten later dat ik dezelfde beetverklikker weer piepte. Dit keer meerdere keren. Snel sprong ik uit bed. De kromme hengel in de rodpod liet geen twijfel, karper!!

Meteen sprong ik weer, met de kromme hengel in mijn hand, in het volgbootje. Terwijl ik druk probeerde te zetten op de vis werd me meteen duidelijk dat ik een probleem had. De lijn zat vlakbij de boot op de bodem vast. Ik voelde de vis trekken maar kon niets doen. Mijn hengeltop wees recht naar beneden. Onderwater had mijn lijn zich op zo’n 6 meter diepte ergens achter genesteld en er zat geen beweging in. Na een minuut of 2 touwtrekken was het over. Lijnbreuk.

Net als in Nederland viste ik ook in Frankrijk met plat geknepen weerhaak. De vis zal de haak dus heel snel weer kwijt zijn. Toch baalde ik natuurlijk als een stekker. Ik had hier kans op een heel mooie vis en deze heb ik verprutst. Behalve een gevangen brasem gebeurde er verder deze nacht op visgebied niets vermeldenswaardigs meer.

The volgende ochtend

De volgende ochtend werden we wakker met bovenstaand uitzicht. Veel mooier kan niet toch? Terwijl wij aan de koffie zaten kwam een ijsvogeltje, dat ondertussen gewend was aan de boot, regelmatig op enkele meters afstand langsvliegen. Ook een beverrat maakte op zijn tochtjes langs de oever zijn omweg rond de boot steeds kleiner naarmate we er langer lagen.

Na de koffie, rond 9 uur haalde ik de hengels in en kon de terugreis beginnen. Ook tijdens de terugweg was het genieten. Zo’n 3 uren duurde de tocht terug naar het onderkomen van Wouter en zijn vrouw. Diverse ijsvogeltjes en ander gevogelte zagen we weer langs het water. Onderweg zag ik ook nog een flinke karper springen op weer een andere stek. Dat er genoeg vissen rondzwemmen is duidelijk. Hier zou ik graag nog eens terugkomen voor een revanche poging!

Daar zit er weer één

Rond het middaguur leverden we de boot weer in bij Lot Experience. Wouter en Kiek toonden zich weer uitstekende gastheer-en vrouw en assisteerden bij het aanleggen van de boot en het opruimen van de spullen. De financiële afhandeling viel reuze mee. Voor een bijzonder schappelijk bedrag hebben we een heerlijk avontuur beleefd op de Lot. Met Wouter besprak ik nog even onze vis-ervaringen. Ik begreep toen van Wouter dat op deze rivier niets opgeruimd wordt. Hele bomen liggen onder water op de bodem te vergaan. Het is dus zaak de lijn zo veel mogelijk van de bodem te houden. Het tegengestelde van wat ik heb gedaan. Aangezien er ‘s nachts niet gevaren mag worden geeft dit de grootste kans een vis te landen. Een leerpuntje voor een volgende keer. 

Achteraf had ik natuurlijk de boot nog beter aan de overkant kunnen aanleggen, in de buurt van de interessantste stek om zo het aantal meters lijn in het water zo laag mogelijk te houden. En ik had met een grote drijver de lijn van de bodem moeten houden. Een volgende keer zal ik dit zeker anders doen. Het bootavontuur blijft echter een machtige ervaring en zal zeker nog een vervolg krijgen. 

Tot zover dit laatste post-vakantie-verslag. Ik spreek u morgen weer, want er is opnieuw succesvol op karper gevist op de Vecht. Daarover morgen dus meer. Tot dan!

vorige bericht        Volgende bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.