8 Juni: De achtste twintig-plusser

Als je ergens gaat vissen heb je in theorie twee types karper die je kunt vangen. Het eerste type is de langstrekkende vis. Dit type vis is een tijdelijke bezoeker van een stek. Zo’n nomade moet wel een vis zijn die zich flexibel opstelt en die opportunistisch eet wat-ie tegenkomt. Het tegenovergestelde type vis is de vaste bewoner. Deze residente karper leeft in die omgeving, kent elke vierkante centimeter en weet precies waar-ie welke hapje kan vinden. Deze vis zal een redelijk vast voedselpatroon hebben.

Natuurlijk is dit een erg abstracte voorstelling van zaken maar laten we voor het gemak even aannemen dat het verhaal klopt. Aan de ene kant dus de vastgeroeste bewoner, aan de andere kant de avontuurlijke reiziger.

Om beide vistypes aan te spreken besloot ik twee weken lang om de dag ruim te voeren met een mengsel van boilies, tijgernoten, mais en pellets. Dit op vier stekken want ik zou met Mike gaan vissen en dus zouden we samen vier hengels uitgooien. Door redelijk langdurig te voeren met gemengd aas zou ook een vastgeroeste “wat-de-boer-niet-kent-dat-eet-ie-niet-vis” vast wel overgehaald kunnen worden om uiteindelijk wat van ons voer mee te snoepen. En een paar opportunistische langstrekkende vissen zouden wellicht tijdelijk blijven hangen in de regio. Door de laatste twee dagen aaneengesloten te voeren zouden deze vissen dan hopelijk de voerplekjes regelmatig bezoeken. En dan konden wij gaan oogsten.

Voor gisteravond was het oogstfeest gepland. Door de hoge waterstand, het waterschap is blijkbaar een voorraadje aan het aanleggen, was het even lastig om de hengels te plaatsen maar uiteindelijk lukte ons dat. Rond half 8 lagen de boilies heerlijk geurend op de bodem in afwachting van een hongerige vis.

Mijn linker hengel lag een meter of 30 naar links onder de eigen kant. De rechter hengel had ik met mijn opblaasbootje uitgevaren naar de overkant. Op ongeveer 90 meter afstand lag mijn aas daar bij een verdieping vlak voor een rietpol. Mike zat een meter of 100 rechts van me en had zijn hengels ook strategisch naar de overkant gevaren. De ene op een hoek waar de verbreding begon, de andere een eindje verder bij een aantrekkelijke rietkraag.

Het was vandaag erg warm geweest, tot ruim dertig graden steeg het kwik, dus wij verwachtten dat de vissen pas later op de avond zouden gaan azen. Vorig jaar had Mike aan de overkant op een zonnige dag meerdere vissen zien zonnebaden bij een inham. Het zou ons niets verbazen als dat ook vandaag de hangplek was van de vissen. Als het dan afkoelt worden de karpers pas wat actiever.

Ik kan nu chronologische gaan vertellen wat er allemaal gebeurde maar om dit verhaal niet onnodig lang te maken hou ik het erbij dat het bij mij akelig lang stil bleef. Mike had het genoegen om aan beide hengels een brasem te vangen. Hij heeft het niet zo op deze vissen. Zelf vind ik het wat minder erg als ik nu en dan een brasem vang. Het is in ieder geval bewijs dat de rig goed lag en dat deze ook prima werkt. En dat al het gevoerde aas blijkbaar opgegeten is.

Iets voor twaalf uur ruimde Mike zijn hengels op. Vandaag geen karper voor hem. Hij moet ‘s ochtends wat eerder op dan ik en besloot verstandig te zijn. Onderweg naar de auto nam hij nog even afscheid van mij toen ineens mijn afstandshengel alarm gaf. Meteen ging ik in de hengel hangen om te voorkomen dat een vis een in het water gevallen boom even verderop kon bereiken. Door tijdens de dril een paar passen achteruit te lopen het pad op dat achter ons langs liep was het gevaar snel geweken. 

Ik had geen idee wat ik aan de haak had. Met zoveel uitstaande lijn wordt elke beweging gedempt door de rek in de lijn. Langzaam kreeg ik het gewicht aan de andere kant dichterbij, het leek een eeuwigheid te duren. Pas toen de vis in het donker vlakbij was zagen we dat het om een schubkarper ging. Na een paar laatste uitvallen wist Mike de vis te scheppen. Toch nog een karper. Deze bleek ook nog eens een stuk groter dan aanvankelijk gedacht. Na meten waren dit de statistieken: 84 cm lang en 10.5 kg zwaar. 

Eén van twee types karper; een residente of een nomade?

resident of langstrekkend? Een schubkarper van 21 pond

Na terugzetten namen Mike en ik afscheid. Ik heb nog een klein uurtje doorgevist maar helaas volgden geen aanbeten meer. 

Natuurlijk ben ik blij met de gevangen vis, maar de tijdsinvestering is niet echt in verhouding met het resultaat. Maar liefst 7 keer voeren, in totaal zo’n 20 kilo voer, waarbij steeds het opblaasbootje of kano mee moest, is wel erg veel moeite voor één vis.

Ik ben 100% zeker dat ook andere karpers van de gedekte tafel hebben meegesnoept. Ik zal deze investering daarom als langetermijn investering zien. Die andere vissen vangen we hopelijk op andere stekken op dit water nog een keer. In ieder geval kennen ze de tijgernoten en Sweet 69 boilies nu al vast. De plannen voor de volgende poging zijn al weer in de maak.

Tot zover voor nu, bedankt weer voor het lezen en tot later!

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.