26 Februari: Stug doorgaan loont

De vorige vispoging verliep niet geheel volgens plan. Tijdens het vissen doken meerkoeten nog boilies van de vorige dag op en aanbeten bleven uit. Ik besloot mijn aanpak iets te wijzigen. Laat me u meenemen in mijn denkwijze.

Er lagen 24 uur na het voeren nog boilies op de bodem. Dat betekent dat mijn voer niet is opgegeten door karpers of andere vissen. Het kan zijn dat deze niet zijn langsgekomen, maar als dat zo is dan kan ik wel stoppen met vissen. Ik ga er daarom van uit dat er wel vissen zijn geweest. Na enig reduceren en deduceren is de conclusie dan dat ze mijn  boilies niet lusten of dat ik gewoon te veel gevoerd heb. Dat eerste kan ik me niet voorstellen, ik maak heerlijke boilies, dus ga ik van het laatste uit. Kunt u me nog volgen?

Ik ga daarom minder voeren. Nog wel genoeg om de vis te laten weten dat die heerlijk geurende bolletjes ook lekker zijn, en ook regelmatig zodat de vis terug komt op de stek, maar niet meer dan een handje vol boilies per dag zodat de vis elke dag terug kan komen om weer wat te eten.

Dit fuutje was al met een nest bezig

 

Tot zover de denkwijze, nu over de uitvoering. Drie dagen heb ik een kleine hoeveelheid gevoerd op een watertje in Amsterdam. Ik wil weer eens wat vangen en ik heb besloten het grote-mannen-water even aan de grote mannen te laten en een poging te wagen op een gemakkelijker plasje. Om te voeren moet ik 20 minuten autorijden en 20 minuten lopen om op de stek te komen. Elke dag voeren kostte me per keer dus meer dan een uur tijd en ongeveer 80 gram boilies. Het is een investering, met name van tijd, maar je moet er wat voor over hebben! Toen ik voor de derde keer aan het voeren was schrok er duidelijk een grote vis onder de kant van me, een boeggolf verdween richting midden. Mijn vertrouwen kon niet meer stuk!

Zondagmiddag om 12.30 was ik ter plekke en konden de aasjes te water gaan. Links bevestigde ik een oranje “winterboilie” aan de rig, rechts een “Number two”. 

Weer werkloos, of…..?

Na een klein uurtje vissen kwam een meerkoet de hoek om gepeddeld. Hij zag me zitten, kwam meteen recht op me af en begon opzichtig te zoeken naar boilies. Het was duidelijk, dit beest kende karpervissers en wist dat als er van die mannen met hengels op piepers op de kant zitten er ergens in het water van die lekkere bolletjes moeten liggen. Tot mijn plezier wist het beest echter geen boilies te vinden! Na anderhalf uur vruchteloos duiken heeft het beest alleen het aas van mijn rechter hengel enkele keren te pakken gehad. Gedesillusioneerd geeft het beestje op en druipt af. Hehehe, waar ze me vorige week wanhopig maakten met hun geduik voel ik me dit keer de morele winnaar. Nu nog die karper!

Het is rond half vier dat ineens mijn linker waker omhoog knalt, de hengeltop krom gerost wordt en de beetmelder het uitgilt. Een aanbeet! Terwijl mijn hartslag naar ongezonde hoogte knalt pak ik de hengel op en zet druk op de vis. Karper! De vis strubbelt wel wat tegen maar de dril stelt verder niet al te veel voor. Ik ben er blij om, na maanden zonder vis wil ik deze niet verspelen. Gelukkig is daar ook geen sprake van. Na misschien anderhalve minuut til ik het net omhoog en is de vis even van mij!

Een februari karper aan de “winterboilie”

Ik maak een paar foto’s met de nieuwe camera met afstandbediening en dan kan de vis weer terug. Met krachtige slagen verlaat de vis het net en schiet de diepte weer in. 

Nog even voor de statistieken: de schubkarper was 72 centimeter. Ik heb de vis niet gewogen, dus het gewicht weet ik niet. Wat wel opvallend was was het schubbenpatroon aan de linkerkant. Hier ook even een foto daarvan.

72 centimeter dwarrelschubkarper

Meteen na het terugzetten ruim ik op. Ik heb wat ik wou en het is mooi zo. Ik kan er weer tegenaan. Volgende week weer een poging op de Vecht. De voorbereidingen zijn al enkele dagen bezig.

Tot dan!