15 juni: Terror-Tuesday!

Een tranendal. Dat is hoe gisteravond in het kort kan worden samengevat. Vol goede moed plaatste ik even na zeven uur gisteravond mijn aasjes op de voerstekken. Een 27 mm boilie diep, op de voerstek van grote boilies, een 15 mm knikkertje ondiep, op de duivenvoer-stek. Uiteraard hoopte ik op een grote karper van het grote water. Drie aanbeten kreeg ik in de volgende drie uren, allemaal op de grote boilie. Geen van deze vissen wist ik te landen. Druk op lees verder voor een verslag vol malheur.

Met de kano arriveerde ik rond 19.00 uur op de stek. Nog geen 15 minuten later lagen beide hengels in. De ene met grote boilie op zo’n 60 meter afstand, een paar meter diep tegen een boot, de andere op 15 voor een wilgenstruik. Op die laatste plek stond misschien een meter water. Met de kano had ik bij beide aasjes een paar handjes fijngemaakte boilie bijgevoerd en het wachten kon beginnen.

Aanbeet 1

Nog geen 5 minuten later begon de waker van de boothengel te stuiteren. Even twijfelde ik maar toen de waker op en neer bleef gaan greep ik de hengel. Karper! Aan de andere kant van de lijn bood een log gewicht weerstand. Gelukkig kwam de vis langzaamaan uit de gevarenzone mijn kant op en niets stond een succesvolle afloop in de weg. Dacht ik. Tot ik de vis na een paar minuten voor het eerst zag. Op zo’n 10 meter afstand liet de grote vis zich voor het eerst aan het oppervlak zien en rolde om. Het toploodje dat ik op de lijn geklikt had om de lijn diep te houden zodat eventueel passerende boten mijn lijn niet zouden oppikken schoof naar beneden tot op het lood en met die tik schoot de haak uit de bek. Ik zag en voelde het gebeuren. Terwijl het lood over het water naar me toe stuiterde zag ik de vis zich nog eens omwentelen en onder water verdwijnen. Nee!! 

Aanbeet 2

Gelukkig volgde al snel een herkansing. Na vervangen van de onderlijn en uitvaren moest ik nog geen kwartier wachten op de herkansing. Dit keer ging het razendsnel. De knal van de waker tegen de hengel, de piep uit de beetverklikker, de hengeltop die krom klapte. Meteen greep ik de hengel en zette druk. Even de impasse toen de vis aan de overkant geen ruimte kreeg, daarna de tik toen de onderlijn brak. Op de knoop.

Gebroken onderlijn

Of de haak een scherp randje heeft gehad op de plek waar het oogje op de steel aansluit weet ik niet. Wel weet ik dat ik dit nog nooit eerder meemaakte. De haak kan ik niet meer inspecteren. Daar is de karper mee er vandoor gegaan. Aan de draad kan het toch bijna niet liggen…

Aanbeet 3

De ondiepe hengel met kleine boilie liet weinig activiteit zien. Wel zag ik wat brasem op deze voerstek ‘bulten’ en nu en dan kwam een meerkoet even lastig doen. Na twee uren zonder activiteit besloot ik deze hengel ook met een grote boilie te beazen en diep te leggen. Mocht 1 van de 2 hengels niet goed liggen door bijvoorbeeld een mossel of pluk wier, dan zou de tweede hengel alsnog vis kunnen opleveren.

Je weet nooit hoe je aas er onder water bij hangt, in dit geval een klein mosseltje op de haak, de punt krom en wat sliertjes wier er omheen.

En zo ging het. Na een kwartier ongeveer een aanbeet op de laatst ingelegde hengel. Net als bij de eerste vis ging alles aanvankelijk voortvarend. De duidelijk grote vis bleef diep maar kwam wel al snel mijn kant op. Op een meter of 15 uit de kant zat de vis even vast, maar gelukkig zwom deze zichzelf ook weer los. En toen, net toen ik voor het eerst een schim zag voelde ik de plok van het toploodje dat op het vaste lood viel en meteen schoot mijn hengel weer recht. Driewerf shit! Niet weer! 

Zeker tien minuten heb ik voor me uit zitten staren. Mijn hengel heb ik daarna weer uit de struiken gevist. Drie mooie vissen had ik kunnen vangen en alle drie miste ik ze. Gefrustreerd haakte ik rond half 11 af. 

Epiloog

Qua hengel en lijn kan ik niks wijzigen, dat is soepel en parabolisch genoeg. Er is geen sprake van teveel kracht zetten of te weinig rek. Op dit vlak kan ik mezelf niks kwalijk nemen.

De dure barbless Korda Kamakura haken gaan de prullenbak in. Deze zijn weliswaar vlijmscherp, maar zo gemakkelijk als ze het vlees in glijden, zo gemakkelijk glijden ze er ook weer uit. Ik ga voor deze afstandvisserij terug naar wide gape haken met microweerhaken. Eventueel druk ik dit weerhaakje nog even iets platter. Als er maar iets uitsteekt om te voorkomen dat ze eruit vallen. Compleet barbless doe ik niet meer.

Verder zal ik indien mogelijk het lood (99 gram vast lood plus 25 toplood) iets lichter kiezen zodat dat minder kracht op de haak kan uitoefenen. Of lichter kan is afhankelijk van wind en stroming. Het spul moet natuurlijk wel blijven liggen.

Ik zal zeker blijven voeren met grote boilies, maar ga toch vissen met een slagje kleiner. Dan is de relatie boilie formaat versus haakformaat iets meer in balans en mogelijk de inhaking iets beter. Als dit te veel bijvangsten oplevert in de vorm van kleine karpers of brasems kan ik altijd nog een grotere boilie aanknopen.

Tot slot ga ik over op 25 lbs onderlijn materiaal. Met deze aanpak waarbij ik me richt op de grootste vissen moet ik geen concessies doen en met te licht materiaal vissen. De klosjes 15 en 20 lbs materiaal zijn prima voor andere visserijen maar hier kan dat duidelijk niet. Opnieuw ben ik in deze penvis-val getrapt. Te licht vissen op grote karpers op groot water is vragen om ellende. Zal ik het ooit leren?

Tot slot nog een positieve noot. Het haken van grote vissen gaat me dit keer goed af. De moeilijkste stap is gezet. Het is ook logische dat bij de grootste vissen er eerder iets fout gaat. Hopelijk gaan bovenstaande aanpassingen nu ook resulteren in meer vangsten. Over een paar weken probeer ik het weer. Nu eerst weer eens met de penhengel op stap!

vorige bericht    volgende bericht

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.