14 juni: het roer is om!

In mijn vorige blogs kwam ik al tot de conclusie: om stekken voor mezelf te houden moet ik het water op. Aangezien mijn laatste stek op een trekroute lag besloot ik een flink eind op te schuiven naar een locatie die eigenlijk alleen via water te bereiken is. Ik onderschep de langs trekkende vissen daar gewoon wat eerder. Of later, als ze de andere kant op zwemmen. En om de kans op een toevalstreffer, dat wil zeggen een toevallige visser op mijn stek, te minimaliseren vis ik op maandagavond. Ik vermoed dat de meeste vissers in het weekend aan de waterkant te vinden zijn en dat er op maandag het minst gevist wordt.

En dus zag mijn avondbesteding er eind vorige week als volgt uit: met de kano achter de fiets richting IJmeer en daar een lekker stuk peddelen. Niet echt een investering waar ik tegen op keek. Kanovaren blijft leuk, zeker midden in de natuur.

Eerst een eindje fietsen, prodding-stick mee en een emmertje voer.

Vanaf de kant van mijn nieuwe stek kan ik naar links vissen, voor een uitstekende punt in de rietkraag, maar ook naar voren, verder uit de kant waar het dieper wordt. Ik vermoed dat de vissen langs het talud van de diepere zone zwemmen, maar als ze honger krijgen of zin krijgen in warmer water het ondiepe op trekken. In het verleden toen de stek nog via land te bereiken was, heb ik hier al eens vissen gevangen. Eigenlijk steeds van het ondiepe, maar ik heb de diepere zone nooit een eerlijke kans gegeven. Dat zou ik nu wel doen.

Foto van het IJmeer vorige week

En dus strooide ik over die hele route vanaf de rietkraag links tot een meter of 90 uit de kant een emmer voer: tijgernoten, boilies en pellets. Steeds weer een een paar voerdeeltjes, lekker verspreid links en rechts van de kano, terwijl ik me over de strook liet drijven. De strook werd zo’n 90 meter lang en zo’n 10 meter breed. Een paar keer heen en weer en de emmer was leeg. En dat drie dagen op rij.

Gisteravond vervolgens werd het tijd om te oogsten. De visspullen gingen mee op de kano. Ik verbaas me er steeds weer over hoeveel je dan kunt meenemen. De grote onthaakmat, grote rugzak en foedraal met drie hengels, plus daarbij het schepnet en weegzak pasten er gemakkelijk in. En ik kon er nog bij. Peddelen ging ook prima, comfortabeler op je stek aankomen is bijna niet mogelijk.

Er past zoveel in.

De hengels lagen nog niet zo lang in toen de eerste vis zich al meldde. Een winde met opvallend gekleurde vinnen had één van de boilies gevonden en zich geprikt.

Net toen twee jongemannen op sup-boards voorbij kwamen peddelen kwam aanbeet twee. Eerst dacht ik nog dat ik opnieuw een winde aan de lijn had, maar de vis bleek op me af te zwemmen. Pas toen deze keerde en de andere kant op wou boog de hengel diep door. Een energieke schubkarper had verrassend veel uithoudingsvermogen. Onder toeziend oog van de twee jongens, die even aanlegden, wist ik de vis uiteindelijk toch in het net te krijgen.

Toen ze hun verbazing over de grote vis (een vrij standaard formaat) uitspraken liet ik ze foto’s zien die vismaat Mike me eerder die dag stuurde. Mike vist momenteel op een water in het oosten van het land en wist een vis van 27 kilo te verleiden zijn aas te pakken. Mike is daar op die plas momenteel sowieso flink aan het huishouden, de ene na de andere vis verdwijnt in zijn net terwijl het toch over het algemeen als een erg lastig water wordt beschouwd. Meerdere vissen van boven de 15 kilo wist hij al te vangen en nu kwam er dus een 27 kilo vis op de kant.

De supper wou wel even een fotootje schieten van mijn 13-in-een-dozijn schub van een kilo of 6.

De volgende anderhalf uur vermaakte ik me met nu en dan een winde onthaken. Uiteindelijk is de winde-teller geëindigd op 8 als het goed heb. Net toen ik weer een winde onthaakt had schoot de waker van één van de andere hengels omhoog. Ook nu dacht ik eerst weer een winde gehaakt te hebben, ook deze vis kwam op me af. Onder de hengeltop zag ik een spiegeltje keren. Ik zat er weer naast! Gelukkig verliep alles voortvarend. Even later kon ik het beestje voor mijn blog vereeuwigen.

De spiegelreflexcamera met zelfontspanner had er geen zin in in het donker en dus restte me niets anders dan met de telefoon wat mat-foto’s maken.

Spiegeltje 65 cm en 5,8 kg

Ik was nog bezig de vis te fotograferen toen ineens ook de laatste hengel af liep. Dit was de hengel op het diepe en dit keer was er geen twijfel! Zonder de foto’s van het spiegeltje te controleren zette ik deze snel terug. Meteen pakte ik de hengel die lag te schudden op de steunen. Gelukkig zat de vis er nog aan. Ook deze dril verliep zonder grote problemen. Opnieuw was een spiegelkarper kort de sigaar. Het was zelfs een rijenkarper. Op de mat viel de ingevallen buik op. Deze vis is waarschijnlijk pas afgepaaid. Duidelijk een 2001 vis.

Leeggelopen rijenkarper

Na terugzetten van de rijenkarper was ik een tijdje bezig om alles weer op zijn plaats te krijgen. Drie hengels lagen op de kant en overal lag weeg, meet en fotografieapparatuur. Het was rond 11 uur dat ik orde had geschapen in de chaos. De bende was opgeruimd en de drie hengels lagen weer in. Om half 12 zou ik stoppen met vissen, er moet op dinsdag weer gewoon gewerkt worden en ik had nog een kanotochtje en ritje met de auto voor de boeg.

Exact om 23.28 uur, ik was al aan het aftellen, knalde opnieuw de hengel op het diepe krom. De vis draaide met een grote boog aan de 70 meter uitstaande lijn naar rechts. Dit was duidelijk een ander kaliber karper! Een paar keer voelde ik de lijn over de bodem schuren. Hij volgde het talud. Gelukkig liep de lijn nergens vast, de vis bleef in beweging. Langzamerhand kreeg ik hem wat dichterbij, over de schuine kant in het ondiepere water. Toen ik de vis helemaal rechts onder de kant voor het eerst aan het oppervlak zag viel de lichtbundel van mijn hoofdlampje op de karper. In paniek knalde de vis weer weg en plotseling was het over. Met een droge tik brak de lijn.

Ondanks drie gevangen vissen toch een domper op de avond. Had ik maar… Het is altijd achteraf. Uiteindelijk was ik te gretig en niet scherp. De lijn is ongetwijfeld ergens onderweg wat beschadigd. Ik had de vis rustiger moeten drillen. In het donker had ik wat minder druk moeten uitoefenen en de slip wat losser moeten zetten toen de vis dichterbij kwam.

Gelukkig wist ik drie vissen wel op de kant te krijgen. De magere rijenkarper heb ik al een paar keer eerder gevangen waaronder vorig jaar (klik hier voor de foto) en in 2017 (klik hier voor de foto). De karper is in 2001 uitgezet op de Muidertrekvaart en is nummer 11 van die lichting. De kleinere spiegelkarper is nog niet teruggevonden. Mogelijk komt deze uit Naarden. In 2018 was daar een uitzetting van dit type en die vissen zijn toen niet gefotografeerd. Het gebeurt regelmatig dat vissen van Naarden het IJmeer opzwemmen en later ook weer teruggaan dus dat zou een plausibele verklaring kunnen zijn.  

Eind van de week ga ik weer vissen. Dan vanuit mijn visbootje. De stek voor die vispoging is alweer even in voorbereiding. Ik heb er vertrouwen in, hopelijk komen er dan ook weer wat mooie vissen uit! Tot later!

vorige bericht   volgende bericht

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.