11 oktober: Succes op een nieuwe stek

Spiegels matchen is leuk. Ik blijf het fascinerend vinden hoe vissen zich verplaatsen en groeien. Keerzijde van het matchen is dat je beperkt wordt in je stekkeuze. Van diverse op het eerste gezicht interessante stekken blijf ik weg omdat ik ze ook op vangstfoto’s terug zie. Als een ander er al vist heb ik er niets te zoeken. Enerzijds uit respect voor de melder, anderzijds omdat er blijkbaar al gevist wordt. De kans op nieuwe spiegels wordt dus kleiner. Er zijn echter wateren waar ik nooit een melding vandaan krijg. En dus kan ik daar rustig gaan vissen en er over vertellen. Niemand die me iets kwalijk kan nemen. Gisteren beviste ik zo’n stek.

Als je ergens succesvol bent probeer je te begrijpen hoe dat kan. Als je de eigenschappen van een goede stek begrijpt kun je op andere plaatsen vergelijkbare omstandigheden herkennen en daar waarschijnlijk ook succesvol zijn. En zo identificeerde ik een stek op de Vecht die voor mij nog te bereizen is. Een gesprek met een u welbekende en ervaren karpervisser bevestigde mijn vermoeden. De plek die ik uitgekozen had was vroeger een beroemde karpervisstek. Zelfs Rini Groothuis schijnt er vroeger nog gevist te hebben. Aangezien er sindsdien weinig veranderd is besloot ik er eens goed mijn best voor te doen.

Twee boeken van de hand van bekende karpervisser Rini Groothuis

Afgelopen woensdag ging ik er voor het eerst met mijn opblaasbootje kijken. De dieptemeter, een lange prikstok en een emmertje boilies gingen mee. Een paar keer heen en weer varen gaf een indruk van het bodemprofiel. Van drie mogelijk interessante plekken betastte ik met de lange stok de bodem. Even checken of er wier groeide en hoe hard de bodem was. Aangezien ik niets raars kon ontdekken kon het voeren beginnen. Ruim 2,5 kg boilies ging te water. Ook donderdag en vrijdag voerde ik met het rubberbootje. Links aan weerszijden van een zijtak waar onder andere waterlelies groeien, rechts een strook vanaf de overhangende bomen op de overkant tot de vaargeul. 

Voeren met het opblaasbootje

Zaterdag moest er vervolgens gevist worden. Mike kreeg de stek links, ik viste rechts. Omdat Mike zijn radiografisch bestuurbare voerboot mee had kon mijn opblaasboot thuis blijven. Met de voerboot kon het aas inclusief een aantal handen voer tot op de vierkante millimeter nauwkeurig geplaatst worden.

Rond half vijf lagen de aasjes omringd door een paar handen voer op de zorgvuldig uitgepeilde stekken te pronken. Geen vis die onze verleidingen kan weerstaan! Zoals gewoonlijk benadrukte Mike nog eens dat ik toch wel de betere stek had. Zelf vond ik uiteraard dat hij de meeste kans maakte. Met name de hengel die hij tegen het talud aan de overzijde had liggen gaf ik een goede kans.

Links: de voerboot, de beide compartimenten staan hier open. Rechts: Mike vaart zijn aas uit.

Een paar meerkoeten had toch wel een overdreven interesse in Mikes’ stek. Steeds weer werd er gedoken. De beestjes kwamen nooit met een boilie boven, maar ik kon me ook niet voorstellen dat de beestjes al een dag vruchteloos aan het duiken waren. Ik had 24 uur geleden voor het laatst gevoerd. Wel weer ruim 2,5 kg verdeeld over de drie stekken. Zou er nog voer liggen? Mijn kwetsbare vertrouwen brokkelde langzaam af. Er was toch wel karper langsgekomen?

Toen na een uurtje Mikes’ hengel die onder de eigen kant lag even een serie aarzelende piepen liet horen twijfelden we allebei. Het waren vast die vermaledijde meerkoeten. Op zijn stek dobberde zo’n beestje. Toen een tweede zwarte boilievreter naast de eerste bovenkwam wisten we het wel zeker. Visioenen van meerkoet aan het spit. Nog eens piepte zijn beetmelder. Ze hebben het nog vast, zei Mike. Ik zag echter geen gele boilie in de witte snaveltjes. Beschamend langzaam kwam het besef… Je hebt er iets aan!

Mike begon in te draaien. Dit kon toch geen karper zijn. Terwijl we verwachtten een brasem te zien bovenkomen boog de hengel plotseling. Een bleke schim liet zich even zien in het troebele water. Een spiegelkarpertje. Het visje was op ons afgezwommen en had daarom de waker niet omhoog getrokken. De meerkoeten waren onschuldig! Verrast keken we elkaar aan. Ik pak het net, zei ik en draaide me om om de daad bij het woord te voegen. Toen ik me met het net in mijn handen weer naar Mike toe keerde zag ik nog net zijn hengel recht springen. Los! Wel alle!

Balend van zoveel pech, maar gesterkt in ons vertrouwen in de stek gooide Mike even later weer in. Opnieuw met een paar handen voer eromheen. De laatste stek waar wij vis verwachtten had de eerste aanbeet opgeleverd. Er zou vast nog wel een karper langskomen!

Mijn hengels

Een klein half uurtje later kwam een serie piepen van mijn hengel die tegen de overkant geparkeerd lag. Snel sprintte ik naar de hengel. Ik zag de spoel tollen! Karper! In een vloeiende beweging ging de hand op de spoel en de hengel achterover. Terwijl de hengel zich diep boog liep ik naar achteren. Die vis moest onder de struiken vandaan.  Gelukkig had de vis ervoor gekozen de diepte in te duiken, naar rechts, weg van de overkant de vaargeul in. Een enorme golf aan de overkant gaf de richting van de vis aan. Het gevaar was geweken. Rustig kon ik de vis nu uitdrillen. Dit ging gelukkig zonder problemen. Als ik zo’n dikke vis aan de lijn heb ben ik toch altijd weer blij als deze zich een beetje rustig houdt. Een ruime vijf minuten later kon ik het net omhoogtrekken rond een hooggebouwde spiegelkarper. Ruim 80 centimeter en 12,5 kg zwaar. Mike schoot tijdens een droog moment snel een paar plaatjes.

De eerste vis van een nieuwe stek

De eerste karper, 80 cm en 12,5 kg

Euforisch door deze mooie vis kon mijn avond niet meer stuk. Een nieuwe stek en meteen twee aanbeten van karper en als beloning zo’n grote spiegel. Wie weet wat ons nog meer te wachten stond. Stek, aas en onderlijntjes zijn goedgekeurd!

Het voerbootje deed met Mike als navigator zijn werk en even later had ik weer twee ijzers in het vuur. De ene onder het struikje, de andere nog steeds een meter of 10 uit de oever waar het diepste punt van de Vecht bereikt werd. Mike ving nog een brasem, een lokale karpervisser kwam even kennismaken en wij werden gek van de voorbij racende auto’s. In het donker is zo’n smalle oever levensgevaarlijk als de weg langs het water als racebaan wordt gebruikt. Zeker aangezien wij ons onopvallend kleden. Wijselijk besloten we er een eind aan te breien tot ineens de vaargeul hengel er vandoor ging. Het thuisfront moest even langer wachten op ons.

De dril verliep vergelijkbaar, ook deze vis smeerde hem naar rechts, alleen besloot deze door te gaan tot hij niet verder kon. Pas toen de karper een meter of 60 rechts van mij de kant waarop ik stond bereikte, kon deze niet verder. Met de hengel zo ver mogelijk vooruitgestoken probeerde ik tevergeefs de lijn uit de takken te houden. Er hingen nogal wat struiken en bomen over het water. Met de lijn onder geringe spanning besloot ik te wachten. Ik kon gaan trekken maar beter liet ik de vis zelf het diepere water opzoeken. Gelukkig deed deze dat. De lijn sprong weer vrij en nu was het gevaar geweken. Eenmaal in het net voelde ik toch wel wat opluchting. Met 82 cm lengte en 11,35 kg was dit opnieuw een prachtige grote spiegelkarper.

De tweede vis van een nieuwe stek

De tweede spiegel, 82 cm en 11,35 kg

Meteen na het terugzetten besloten we op te ruimen. De buit was binnen, de stek goedgekeurd. Met drie karperaanbeten in ruim 4 uur vissen kunnen we niet anders dan tevreden zijn. Hier komen we vast nog wel eens terug, maar dan wel in een jaargetijde waarin de avonden langer zijn en de nachten korter. In het donker is het hier te gevaarlijk.

Van de week zal ik proberen de vissen te matchen. Ondertussen krijgt mijn vaste stek ook al weer een week voer. Hopelijk kan ik daar later deze week een keer een avondje met de boot zitten. Ik spreek u dan weer, tot later!

Vorige bericht   

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.