
Hoi Blogvrienden! Het doet me goed dat zoveel mensen mijn blog toch nog lezen na een jaar stilte. Bedankt voor alle felicitaties na mijn eerste Friese karper. Ik zal proberen weer wat trouwer updates te plaatsen. Na mijn eerste succes bij het karpervissen in Friesland en het verslag daarvan, exact een maand geleden, volgden nog vier vispogingen. Alle vier zonder vermeldenswaardige vangsten, maar wél met veel nieuwe inzichten (en wat frustraties). Lees verder over hoe mijn visserij in Friesland zich ontvouwt.
Eerst kort over de vispogingen. De eerste twee waren op vrijdag 26 juni en een week later, op 3 juli. Beide op dezelfde stek in Lemmer waar ik een jaar eerder ook al twee keer een karper miste. Ondanks dat het de warmste dag van het jaar tot dan toe zou worden, ging ik voor de eerste poging vol goede moed naar de waterkant.
Van 21.00 tot 01.30 gebeurde er weinig. Behalve dan dat rond middernacht een Duitse kerel het nodig vond om vanaf een brug precies over mijn stek heen te pissen. Tenminste, dat vond hij. Hij werd daarbij geassisteerd door zijn vrouw, die onder een hoop gegiechel zijn brandspuit hanteerde. Ze zullen me daar, onder het talud in het donker, niet gezien hebben.

Een week later probeerde ik het opnieuw. Zelfde stek, maar nu iets frisser. Dit keer lag er meteen rechts van mijn stek een boot waarop een Duits koppel, bestaande uit twee corpulente heren in te strakke fluorescerende shirtjes, de muziek steeds harder zette naarmate de alcoholconsumptie toenam. Toen de heren na anderhalf uur, met het volume inmiddels op standje maximaal, op het voordek (gelukkig gekleed) uitgebreide paringsrituelen gingen oefenen, heb ik mijn spullen maar weer ingepakt.
‘T is mijn eigen schuld. Vrijdagavond in de zomervakantie… je moet weg van de recreatie, Ate!
Het volgende weekend heb ik uitgebreid rondgereden door Zuid-Friesland. Diverse mooie wateren bekeken, mogelijke stekken bezocht en vooral ‘het water gevoeld’. Dat laatste is natuurlijk erg subjectief, maar er zijn gewoon plekken die ‘carpy’ voelen. Hieronder een paar foto’s.

Deze brug bij een doorgang tussen twee plassen ruikt toch naar karper! Helaas stond er meteen weer iemand met een spinhengel naast (niet op de foto).

Uitstroom van een poldergemaal in het Tjeukemeer

Naast hetzelfde gemaal, de andere kant op gefotografeerd

Een zandwinput, prachtig toch!

Een hardhouten steigertje naast een haven, Rolf Bouman vindt dit voor kneusjes, ik zit er graag op.
Positief punt: ondanks dat ik diverse wateren, bruggen, havens en dergelijke heb bekeken, heb ik geen enkele karpervisser gespot. Wel heel veel witvissers en mensen met spinhengeltjes. Karperen wordt hier op het open water blijkbaar nog niet zo heel veel gedaan. Houden zo!
Omdat mijn tijd soms beperkt is, heb ik een volgende vispoging, nummer drie van dit verslag, zonder meerdaagse voercampagne gedaan. Gewoon gaan voeren tijdens het vissen. Daarom liep ik eerst met een emmer voer langs een industriehaven aan het IJsselmeer. Dit is toch het ultieme grote water waar ik heel graag regelmatig een mooie vis uit zou willen trekken. Op drie mogelijk interessante stekken gingen een paar flinke handen voer het water in. Ruim een uur later was ik weer terug bij de auto en werden de hengels opgetuigd. Een beetje de aanpak die een penvisser zou hanteren, alleen dan niet in een polder maar op het IJsselmeer. Waarom niet?
Tweeënhalf uur heb ik gevist, alleen op de eerste stek, daarmee wijk ik weer af van de penvisser. Deze stek voelt goed, ik moest gewoon even proefvissen, niets serieus. Kan ik hier straks een lange avond doorbrengen of loopt hier veel gespuis rond? Dat laatste viel gelukkig mee. Deze stek beviel me eigenlijk wel. Een versmalling tussen het IJsselmeer en de havens, in het midden zeker vier meter water, aan de overkant riet en waterlelies, dus een talud. De volgende keer even de deeper mee voor het bodemverloop. Hier moeten karpers langstrekken.

Eén hengel lag recht onder de top, de andere richting de overkant.

Uitzicht richting IJsselmeer
Bij vertrek strooide ik ruim boilies en particles. Een kleine emmer voer ging erin, van mijn eigen oever tot aan de overkant, verspreid over zo’n honderd meter kade. Een dag later nog een keer, waarna ik op vrijdagavond terug zou komen voor karpervispoging vier.
Poging vier werd vervolgens een kleine deceptie. Ik had het kunnen weten…
Die lange kade blijkt in het weekend de aanlegplaats te zijn voor een enorm Zwitsers cruiseschip van ruim honderd meter lang. Het schip blokkeerde toegang tot het water. Naast ronkende dieselaggregaten zitten is ook niet bepaald mijn hobby. De steiger verderop was inmiddels bezet door iemand met een spinhengeltje, terwijl zijn vrouw rustig achter hem zat te breien. Daar kon ik moeilijk naast gaan zitten wachten.
Nee, deze stek bewaar ik maar voor doordeweeks en in het najaar, wanneer de recreatie aan de waterkant wat minder wordt. Ik zal eens in de gaten houden of hier misschien een vast schema in zit. Uiteindelijk zal ik me gewoon moeten aanpassen.

Toch overheerst niet de teleurstelling. Je moet proberen en fouten maken, daar leer je het meest van. Langzaam begin ik een beeld te krijgen van hoe ik de Friese visserij moet aanpakken.
Er zijn nu twee problemen die ik moet oplossen.
Nummer één is een geschikte zomerstek. Het is overal zo druk en ik wil niet meer afhankelijk zijn van een kantstek. Mijn enige Friese karper ving ik trouwens toen ik met mijn Zodiac wegging van de goed bereikbare stekken en me in the middle of nowhere settelde. Ik moet dus weer het water op. Een opblaasboot vind ik daarvoor eigenlijk te kwetsbaar. Eén spijkertje in een walbeschoeiing is al genoeg om mij met een groot probleem op te zadelen. Er moet iets stevigers komen. Daar wordt momenteel aan gewerkt… In de header een voorproefje van mijn nieuwe aanwinst.
Probleem twee heb ik nog niet verteld. Mijn boilieleverancier is ermee gestopt. Hij werd elk jaar iets duurder, maar met vier euro per kilo bleef het nog betaalbaar. Nu moet ik overstappen op een andere leverancier, maar kwalitatief goede boilies voor minder dan zes euro per kilo heb ik nog niet gevonden. Dus ga ik weer zelf boilies maken. Kan ik ze meteen wat groter maken, 22 of 24 mm zodat ze iets minder kwetsbaar worden voor grote brasems. En ik kan er veel lekkers in stoppen. Tenslotte ving ik vroeger eigenlijk altijd het beste op mijn eigen boilies.
De besparing van het eerste jaar wordt daarom momenteel alvast geïnvesteerd in apparatuur. Haast heb ik niet; de bodem van de vriezer is voorlopig nog lang niet in zicht. Ik kan dus rustig wachten tot het juiste spul beschikbaar komt. Inmiddels heb ik voor vier joetjes (dat mag na meer dan 20 jaar Amsterdam) wel een 27-liter bierbrouwketel op de kop getikt. Daarmee kan ik volledig automatisch meer dan tien kilo droge particles per keer koken, maar straks ook zes tot acht kilo boilies per sessie stomen.

10 stoombakken zijn inmiddels ook in mijn bezit (1 Euro/st). En zo blijft er nog wat te besteden over voor kneder, boiliespuit en rolplanken.

Tot zover dit verslagje. Ik zal proberen uiterlijk over een maand weer een update te plaatsen. Hopelijk dan met vis- of ander succes.
tot later!