Bespiegelingen: Over de handicap die penvissen heet

Een bespiegeling is een vertelling over een sportvis gerelateerd onderwerp. Vaak zit hier een mening of gedachte achter die ik graag wil delen. Soms is het ook gewoon oppervlakkig geneuzel. Bij bespiegelingen zijn reacties mogelijk. Hieronder de achtste, over de handicap van het penvissen.


In de karperviswereld wordt vrij standaard gesteld dat elke karpervisser eerst een gedegen hoeveelheid ervaring zou moeten opdoen met vissen met een dobbertje (pennetje) voordat hij of zij zich specialiseert in de statische vast-lood-karpervisserij. Ik wil het tegenovergestelde beweren.

Jarenlang heb ik vroeger met een penhengel achter karpers aangezeten. Hele zomers niets anders gedaan dan langs de waterkant struinen. Ik heb op penvisgebied alles wel geprobeerd. Ultralicht gevist met een Schreiner penhengel en 18/00ste nylon. Maar ook met een CJW heavy penhengel en dyneema tussen de lelies. Ik heb met Thomas-Lont dobbertjes gevist, met zelfgemaakte ganzenveer dobbertjes en met minuscule pauwenveer drijvertjes. Ik heb aan freelining gedaan, aan het oppervlak gevist en op afstand met een rolletje alufolie onder de hengel. Honderden karpers heb ik zo gevangen, tot ruim boven de 30 pond. En met zekerheid durf ik nu te zeggen: een penvis-basis voegt aan de statische visserij niks toe. In tegendeel, het is een serieuze handicap.

Want laten we eerlijk zijn, op aasgebied mag penvissen nog niet in de schaduw staan van de vast-lood-visserij. Dat zelfgemaakte boilies heel wat meer inzicht en denkwerk vragen dan het opentrekken van een blikje Bonduelle spreekt voor zich. Zich verdiepen in voedingswaarde doen penvissers sowieso niet. Instant respons is het enige dat telt. De vis moet het aas meteen lekker vinden. De iets meer experimenteel ingestelde penvisser zal nog eens een blikje kattenvoer meenemen, of een zak legkorrels voor kippen en daar is alles wel mee gezegd. Misschien is er ergens nog eens een exoot die een deegbal maakt, maar ook dan is de basis meestal broodkruim, kattenvoer of aardappel. Nee op voergebied heb je niks aan een penvis-basis.

Vroeger bij het vissen met een dobbertje moest de haak helemaal verstopt zijn in het aas. Grote ronde klauwhaken werden verstopt in ballen deeg. Of in een klont roggebrood. Het hele concept van de haak buiten het aas komt uit de statische visserij. Dat is waar de echte innovaties vandaan komen. Dat is waar bewezen is dat kleine haakjes beter houvast bieden en ook nog eens minder schade aanrichten dan een grotere haak.

De grootste fout die ik vanwege mijn penvisbasis keer op keer maak is dat ik voer op de penvis-manier. Bij het vissen met een dobbertje wordt bij elke op het oog interessante plek wat voer gestrooid. Negen van de tien keer wordt dan zoete mais uit blik gebruikt. Hier en daar een handje, bijvoorbeeld tegen een rietpol, naast een dukdalf, achter een paar waterlelies of langs een brugpijler. Vervolgens worden deze plekjes een uurtje later één voor één afgevist in de hoop dat zich ergens een karper aan het voer te goed doet.

Nog steeds heb ik, ook bij meerdaagse voercampagnes voor het vissen met vast lood, de neiging om mijn voer te geconcentreerd op mogelijk interessante stekken te deponeren. Dit is dom. Veel beter is om zones van een water aan te voeren en het voer te verspreiden. Uiteraard pak je dan ook de interessante plekjes mee. Niet alleen bereik je zo meer vissen, ook blijven die vissen in beweging. Het kost ze meer tijd om hun buik vol te vreten en ze zullen elkaar minder beïnvloeden als er eens één aan een haak hangt. Vier directe voordelen van een gespreide voerstek. Ik wou dat ik me er consequenter aan hield.

Voordelen van het hebben van penviservaring heb ik niet kunnen bedenken. Ik durf zelfs te stellen dat ik, tijdens de vier of vijf uur die ik normaliter statisch vissend aan de waterkant doorbreng, heel wat meer van het water zie dan de penvisser die uitsluitend het puntje van zijn dobbertje in de gaten houdt. En dan hou ik nog niet eens rekening met de observaties tijdens de drie of vier voertochtjes die aan het statische vissen zijn voorafgegaan.

Verder vermoed ik dat mijn penvisachtergrond de reden is van mijn lakse houding ten opzichte van haken. Dat heeft me de afgelopen jaren al een flink aantal vissen gekost. Gelukkig heb ik dat facet van de statische visserij langzamerhand onder controle.

Ik heb wel goede herinneringen aan visavonturen met de penhengel, dat is een ander verhaal. Deze herinneringen voegen echter niets toe aan het statisch karpervissen. Nee, ik kan geen voordelen van het hebben van een penvisbasis bedenken, maar misschien is er een lezer die iets toe te voegen heeft?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.