Beste website bezoekers,
Na een jaar afwezigheid is de viszin ineens weer helemaal terug. Allerlei andere perikelen hielden me bijna twaalf maanden bezig, maar nu is het tijd om mijn tanden te zetten in het Friese boezemwater en eindelijk weer eens een serie vette kneiters op de kant te trekken.
De voorbereiding was dan ook serieus. Drie keer heb ik fors gevoerd met boilies, gekookt duivenvoer en pellets — in totaal zo’n 20 kilo. De stek ligt op vijf kilometer van mijn huis. Ik kan dat hele stuk varen, maar besloot eerst een deel te fietsen, met de kano achter de fiets. De laatste kilometers moet je toch peddelen; er is geen weg of pad. En dat is maar goed ook, want een makkelijk bereikbare stek is hier vragen om problemen. Er wordt flink gevist in de omgeving, dus deze plek heb ik met zorg uitgekozen.
Het water betreft een T-splitsing waar de Engelenvaart uitkomt op de Tjonger. De eerste is een kanaal, de tweede een gekanaliseerd riviertje. Terwijl ik over de Engelenvaart peddel, kan ik goed de omgeving in me opnemen.

Met de kano op de Engelenvaart
De Engelenvaart is zo’n 2,1 meter diep, de Tjonger in het midden ongeveer 2,6 meter. Dat heb ik met mijn Deeper uitgemeten tijdens het voeren. Langs de kant staat op de Tjonger nog altijd zo’n 1,3 meter water. Ik besluit één hengel langs de doorlopende oever te vissen. Zelf neem ik plaats op een landpunt, met één aasje vlak onder de kant voor mijn voeten en één aan de overkant op de punt. Zo dek ik in theorie meerdere zwemroutes af.
Over dat voeren: misschien was het aan de forse kant, maar ik ben van plan hier nog jaren te vissen. Wat ik nu niet vang, kan ik later misschien alsnog verleiden. Bovendien wordt hier veel gevist, maar heb ik niet het idee dat er gericht op karper wordt gevist. Boilies en particles zullen ze dus niet vaak tegenkomen. Af en toe flink voeren kan geen kwaad. Laat ze maar wennen aan mijn aas. Hopelijk vergroot ik zo mijn kansen op termijn.
Dan het vissen zelf. Zaterdagavond moet het gebeuren. De avond ervoor onweerde het stevig, maar voor vandaag wordt rustig weer voorspeld. Gelukkig maar, want als ik sta, ben ik zo’n beetje het hoogste punt in de wijde omgeving.
Mijn zodiac, die ik twee jaar geleden al kocht, komt eindelijk van pas. Minimaal bepakt vaar ik richting mijn stek.

Zodiac vol visspullen
Na ongeveer tweeënhalve kilometer varen kom ik aan, rond negen uur ’s avonds. Het Nederlands elftal heeft net Zweden verslagen. Mooi natuurlijk, maar mijn focus ligt ergens anders. Niet veel later liggen er twee hengels strak uitgevaren en ligt de derde netjes ingelegd. Kom maar op met die aanbeten.
Het voeren heeft duidelijk effect gehad. Continu zie ik activiteit op de stek, vooral brasem. Af en toe breekt er eentje het oppervlak. Toch blijft het verder stil, op wat piepjes van lijnzwemmers na.
De uren tikken voorbij. De zon is al lang onder en ik doezel wat onder mijn paraplu.

Mijn bivak voor de nacht
Dan, rond middernacht, eindelijk: een aanbeet.
De haperende, maar aanhoudende piepjes uit de beetverklikker zijn nog geen garantie voor karper, en dat de beetrunner nu en dan wat lijn afgeeft is dat ook niet. Als ik de hengel krom trekt komt de geruststellende bevestiging, karper! De boze massa aan de andere kant van de lijn die flink weerstand biedt maakt dat snel duidelijk. Geen monster, maar zeker karper. En nog een spiegeltje ook. Na wat onrustige momenten onder de hengeltop glijdt het net uiteindelijk onder de vis. Binnen!
Mijn eerste Friese openwaterkarper is een feit.

Spiegelkarper van de Tjonger
Ik twijfel even over een man-visfoto, maar besluit het bij een matfoto te houden. In het donker rommelen met verlichting lijkt me niet verstandig, ik wil geen onrust op mijn stek. De vis meet 76 cm en weegt 7,4 kilo; een prachtige start.
De rest van de nacht levert nog twee brasems op. In de ochtend zie ik nog een karper springen op de stek, maar aanbeten blijven uit. Bij het binnendraaien van twee hengels blijkt het aas verdwenen. Dat zal zeker hebben meegespeeld. Het uitvaren met de rubberboot vraagt nog wat oefening. Daarbij wil ik ook niet te veel onrust veroorzaken op het water. Misschien ben ik deze keer iets te behoudend geweest door mijn aas te laten liggen. Volgende keer toch maar wat vaker controleren en verversen.
’s Ochtends ontdek ik nog een bijzonder ‘monster’ van bijna vijf centimeter op mijn schepnet. Bij nader inzien blijkt het het exoskelet van een uitgeslopen libelle. De bewoner is inmiddels al gevlogen.

Libelle-exoskelet
De plannen voor een volgend visavontuur zijn alweer in de maak. Dit keer heb ik mijn zinnen gezet op groot water. Echt groot water.
Daarover de volgende keer meer.
Tot later!